CULTUUR VAN HET MODERNE:

 

   Studeeraanwijzingen voor het proefwerk/ examen CKV 2:

 

HOE MOET JE LEREN ?

WAT MOET JE LEREN ?

 

Toepassingsgericht leren, dat wil zeggen of je de kennis kunt toepassen op allerlei voorbeelden uit de kunsten

Voorbeeld/ oefening:

  • Leg uit op welke manier Brecht, Duncan, Picasso, Schonberg vernieuwend waren, betrek daarbij de functie van resp. het theater/ de dans/ de beeldende kunst/ de muziek en de rol van het publiek in je antwoord.
  • Veel componisten uit de moderne tijd werden beinvloed door de jazz muziek. Noem drie kenmerken van de jazz aan de hand van melodie, ritme en bezetting
  • Leg uit waarom de futuristen wilden breken met het verleden. Geef in je antwoord één reden van maatschappelijke en één reden van culturele aard.
  • Wat was de belangrijkste doelstelling/streven van het Bauhaus en welke rol speelde het onderwijs in het nastreven daarvan ?
  • Waarom wilden beeldende kunstenaars streven naar het weergeven van de structuur achter de zichtbare natuur ? Welk groot streven van het modernisme lag hierachter ? Geef aan de hand van een voorbeeld aan hoe een van de volgende kunstenaars dit streven in hun werk hebben laten zien: Mondriaan, Picasso, Brancusi
  • Wat is klankkleur en op welke manier werkten Debussy en Schonberg hiermee in hun composities?
  • Op welke manier zie je het begrip anti-realisme terug in het theater van Gordon Craig
  • Op welke manier komt het aspect vervreemding in het theater het beste tot uiting ?
  • Leg uit op welke manier er sprake is van propaganda in de films van Riefenstahl en Eisenstein en leg uit met welke filmische middelen zij dit bereiken ?

 

Betekenisgericht leren = hoofdzaken goed begrijpen, verbanden kunnen leggen tussen deze hoofdzaken

Welke concrete activiteiten moet je ondernemen voor dit onderwerp/ welke specifieke vaardigheden moet je beheersen in relatie tot dit onderwerp, om dit onderwerp goed te begrijpen ?

 

 

  • Westerse kunstenaars in de moderne tijd, raakten sterk geinspireerd in niet-westerse culturen: Leg uit waar deze interesse in niet-westerse culturen vandaan kwam (noem twee aspecten)
  •  Welke invloed/ welk aandeel hebben de opdrachtgevers op het ontstaan van de moderne kunst ?
  •  Waarom streven kunstenaars in de periode van het moderne naar abstractie/ naar expressie ?
  • Waarom gebruikte men juist kunst om te breken met het verleden ? Op welke manier speelden de grondslagen van de kunst hierbij een rol ?
  • Op welke manieren gaan: de kunstenaars van het expressionisme, het bauhaus, het futurisme, het surrealisme en anderzijds de kunstenaars van het dadaisme om met het gegeven de wereld achter de waarneembare wereld ?